| K | E | N | D | E | N | A | T | U | U | R | © | Wim de Groot & Bart Bruyns |
In het echtIn het echt is de buis wel bijna 6 meter lang.Met een rechte buis moet je dus meer dan 6 meter lang zijn. In het echt loopt de buis dan ook anders: Het spijsverteringskanaal loop niet recht, maar gekronkeld/in bochten. De speekselklieren zijn roodgekleurd. De gal-blaas is geel. De alvlees-klier is groen. De lever is bruin. De maag is rood. De slokdarm is oranje. De dunne darm is roze. De dikke darm is grijs. Schrijf hieronder de weg die het voedsel gaat. Gebruik daarbij de woorden: Maag, mond, dikke darm, dunne darm en slokdarm. Bijvoorbeeld zó: Het voedsel komt door de mond via de slokdarm in de maag. Vandaar gaat het verder de dunne darm in. Die geeft het door aan de dikke darm. __________________________________________________ __________________________________________________ __________________________________________________ __________________________________________________ __________________________________________________ | |
Vragen | |
1. | Welke 3 klieren zorgen voor de spijsvertering? Speekselklier, alvleesklier en gal. |
2. | Waarvan kan je diarree krijgen? Bedorven voedsel. |
3. | Als je diarree hebt mag je geen vet eten, koffie, pruimen, uien,... eten. |
Extra stof | |
4. | De 3 verschillende klieren maken verschillende soorten sap. Die 3 soorten sap maken ieder een onderdeel van het voedsel klein: speeksel maakt zetmeel klein, het gal-sap maakt vet klein, en het sap van de alvleesklier breekt eiwitten af. Schrijf op hoe de spijsvertering werkt. Gebruik daarbij de volgende woorden: voedsel, kauwen, speeksel, zetmeel, slikken, slokdarm, maag, dunne darm, gal-sap, vet, alvleesklier, eiwit, voedingsstoffen opnemen, dikke darm, uitpoepen. Bijvoorbeeld zó: Het voedsel kauw je in je mond met speeksel. |